Het was bepaald geen traumatische ervaring voor de kroonprinses.
Prinses Amalia en haar zussen groeiden op in Wassenaar, waar ze met hun ouders woonden in Villa Eikenhorst op de Horsten. Ze woonden er op de bovenverdieping, beneden was voor ontvangsten, wat in de praktijk heel onhandig bleek te zijn, maar dit terzijde (een mens probeert wel eens wat, qua lifestyle).

Er was veel groen, rust, de kinderen gingen er naar de Bloemcampschool, er was een gemoedelijke sfeer – ze konden er met hun ouders gewoon rondfietsen en een ijsje eten bij Luciano (altijd een bolletje hazelnootijs voor Willem-Alexander). Je zou zeggen dat iemand deze idylle niet graag achter zich zou laten.

En dat dacht Amalia’s vader Willem-Alexander dus ook. Hij voorzag toestanden met zijn pubers toen het gezin op 13 januari 2019 naar Paleis Huis ten Bosch verhuisde. Dat had deels te maken met zijn eigen vervelende ervaringen toen zijn moeder koningin werd en zijn broers en hij in 1981 van Baarn naar Den Haag moesten verhuizen.

Het was geen onverdeeld genoegen voor hem: op het Vrijzinnig-Christelijk Lyceum vonden zijn klasgenoten hem een provinciaaltje, hij werd gepest en hij werd er door sommige leraren extra hard aangepakt omdat hij de kroonprins was. Het was enorm wennen voor hem.
Podcast
In de podcast Door de ogen van de koning blijkt dat ZM zich de verhuizing nog goed kan herinneren “en dat vond ik best wel traumatisch. De gezelligheid van Drakensteyn waar we met het gezin leefden en in één keer moesten we naar Den Haag. Een andere school, alles was anders. En ik dacht dat gaan we met onze kinderen ook beleven, maar het was één groot feest.”

Amalia, Alexia en Ariane waren namelijk dolblij met het geheel gerenoveerde Paleis Huis ten Bosch “omdat ze hier veel dichter bij school waren, ze konden van hieruit rechtstreeks de stad in fietsen en de vrijheid die ze hadden,” zegt Willem-Alexander.

“Amalia moest vanaf de Eikenhorst twaalf kilometer fietsen. Die eerste vijf kilometer alleen en de laatste vijf kilometer ’s middags ook weer alleen terug. Voordat ze überhaupt met vriendinnen samen ging fietsen. En dat je hier vlakbij school zat, vlakbij de stad. Die vrijheid die ze hadden, was gewoon toch heel bijzonder.”

“En een prachtige plek om samen te wonen, een prachtig huis, prachtige tuin. Echt genieten met elkaar hier. Dus, nee, het is een heel positief moment geweest. Ook in ons privéleven. Ze hebben nooit meer teruggekeken, ze zijn nooit meer terug geweest.”







